home       inleiding       sysadmin       services       tools       bash       werk       nothing      

bestandsformaten

  • JSON — objecten, arrays, key–value, nested data
  • CSV — rijen, kolommen, delimiters, tabellen
  • YAML — indentatie, mensvriendelijke structuur, vergelijking met JSON

 

Bestandsformaten

Moderne data begint vaak als een bestand.
Toepassingen bewaren instellingen, lijsten, configuraties en kleine datasets
in eenvoudige tekstbestanden die je zelf kunt lezen.
 
In deze sectie maak je kennis met drie veelgebruikte formaten:
JSON, YAML en CSV
Ze zien er verschillend uit,
maar ze beschrijven allemaal gestructureerde informatie.

JSON

JSON wordt veel gebruikt in webtoepassingen, mobiele apps en APIs. Het bestaat uit key–value‑paren, genest in objecten en arrays. Een object staat tussen { }, een array tussen [ ].

Voorbeeld:

{
  "naam": "Anna",
  "leeftijd": 28,
  "hobby's": ["wandelen", "muziek"]
}

Je leert JSON lezen door te letten op:

  • sleutels (links)
  • waarden (rechts)
  • objecten binnen objecten
  • lijsten van items

JSON is compact en machinevriendelijk, maar ook goed leesbaar voor mensen.

YAML

YAML lijkt inhoudelijk op JSON, maar gebruikt inspringing in plaats van haakjes. Het is mensvriendelijker en wordt vaak gebruikt voor configuraties.

Voorbeeld:

naam: Anna
leeftijd: 28
hobby's:
  - wandelen
  - muziek

Belangrijk om te herkennen:

  • inspringing bepaalt structuur
  • lijsten beginnen met -
  • geen haakjes of komma’s

YAML en JSON kunnen elkaar meestal vervangen: ze beschrijven dezelfde soorten data.
 

Waar je YAML tegenkomt in de praktijk

  • configuratiebestanden van toepassingen
  • instellingen van servers en services
  • deployment‑bestanden (bijv. Kubernetes)
  • app‑configuraties
  • mensvriendelijke beschrijvingen van parameters
    YAML is populair omdat het rustig, leesbaar en flexibel is

CSV

CSV is een tabelvorm. Elke regel is een rij, en waarden worden gescheiden door komma’s of puntkomma’s. CSV wordt veel gebruikt voor lijsten, exports en eenvoudige datasets.

Voorbeeld:

naam,leeftijd,stad
Anna,28,Mechelen
Tom,31,Leuven

CSV is eenvoudig te openen in spreadsheets, maar blijft eigenlijk gewoon tekst.
 
Wat je moet herkennen in CSV

  • Elke regel is één record.
  • Waarden staan naast elkaar op dezelfde regel.
  • De eerste regel bevat vaak kolomnamen.
  • Scheidingsteken: meestal , of ;.
     
    Een eenvoudig voorbeeld
    naam,leeftijd,stad
    Anna,28,Mechelen
    Tom,31,Leuven

    Hier zie je:

  • drie kolommen: naam, leeftijd, stad
  • twee rijen met gegevens
  • waarden gescheiden door komma’s
     
    CSV met puntkomma’s
    Sommige systemen gebruiken ; in plaats van , vooral in Europa.
    naam;leeftijd;stad
    Anna;28;Mechelen
    Tom;31;Leuven

    De structuur blijft hetzelfde: rijen en kolommen.
     

    Waarden met komma’s of spaties

    Als een waarde zelf een komma bevat, wordt ze tussen aanhalingstekens gezet.

    naam,opmerking
    Anna,"houdt van wandelen, muziek en reizen"

    Dit voorkomt dat de komma in de tekst als scheidingsteken wordt gezien.
     

    Hoe je CSV leest (micro‑stapjes)

  • Lees de eerste regel: dit zijn de kolomnamen.
  • Kijk naar het scheidingsteken: , of ;.
  • Lees elke regel als één record.
  • Koppel elke waarde aan de juiste kolom.
  • Let op aanhalingstekens rond waarden met komma’s.
    CSV lezen is vooral rij per rij werken.
     

    Waar je CSV tegenkomt in de praktijk

  • exports uit toepassingen (facturen, lijsten, rapporten)
  • spreadsheets die als tekst worden opgeslagen
  • kleine datasets voor analyse
  • import‑ en exportfuncties in webapps
  • eenvoudige configuraties of parameters
    CSV is populair omdat het simpel, universeel en licht is.
     

    Hoe je deze formaten herkent

  • JSON heeft { } en [ ]
  • YAML heeft inspringing en - voor lijsten
  • CSV heeft rijen en kolommen, gescheiden door komma’s

Ze beschrijven allemaal dezelfde soort informatie: namen, instellingen, lijsten, parameters.

Wat je na deze sectie kunt

• JSON‑objecten en arrays lezen
• YAML‑structuren herkennen
• inspringing correct interpreteren
• lijsten en objecten lezen
• CSV‑tabellen interpreteren
• zien hoe dezelfde data in verschillende formaten kan voorkomen